Reddingsbrigade: Opleidingen
Brevetten, diploma's van de KNBRD (RedNed)
In de loop der jaren werden er door de KNBRD diverse brevetten en diploma's ingesteld, gericht op het zwemmend- en varend redden. De huidige opbouw is zodanig opgezet dat een pupil van ±9 jaar (juniior redder) zichzelf kan redden en een pupil van 12 á 13 jaar (Zwemmendredder) weet wat te doen om een drenkeling te helpen en daarbij de eigen veiligheid niet uit het oog verliest. Van leden van ±15 jaar (Live Saver) wordt verwacht dat zij leiding kunnen geven bij waterongevallen en inzetbaar zijn aan de kust en bij recreatiegebieden.
Naast de opleidingen tot zwemmend- en varendredden zijn er ook verenigingen die les geven in het elementair zwemmen, opleiden tot strandwacht en/of EHBO’er
De afdeling reddingsbrigade van de Berkelduikers
De afdeling reddingsbrigade van de Berkelduikers leidt op voor diverse brevetten en diploma’s in het zwemmend redden en ook snorkelen. Kinderen die hun zwemvaardigheid diploma’s a en b en sommige zelfs c hebben behaald, kunnen, vanaf 6 jaar, bij de reddingsbrigade verder worden opgeleid.
Bij de opleiding wordt niet alleen aandacht besteed aan het gedachtegoed van de bond n.l.:
“zolang niet iedereen kan zwemmen, moet iedere zwemmen kunnen redden”, maar de opleiding moet ook leuk zijn, gezellig zijn en leerzaam e.d..
De achtergronden voor de verschillende opleidingsniveaus zijn:
- Voor de brevetten Junior redder 1 en 2 ligt de nadruk op het watervrij voelen en zijn, daar naast de zwemslagtechniek en het leren van de zelfredding en
mondeling hulp inschakelen.
- Voor de brevetten Junior redden 3 en 4 ligt de nadruk op hulpverlening middels een droge redding (zie opleiding tot zwemmendredder),
de zwemslagtechniek, de conditie en coördinatie.
- Bij de brevetten Zwemmendredder 1 t/m 4 ligt de nadruk op een natte redding en droge redding (opleiding tot zwemmendredder) al dan niet met gebruik
van een hulp- of reddingsmiddel.
- Bij de diploma’s Live Saver 1 t/m 3 ligt de nadruk op het samenwerken tijdens een ongeval, de verantwoording nemen over het eigen handelen en inzicht en
hulp bij een georganiseerde hulpverlening.
Volwassenen zijn ook van harte welkom en kunnen voor een brevet of diploma worden opgeleid en afzwemmen. Zij hoeven niet met Junior redder te beginnen maar mogen naar gelang hun zwemvaardigheden beginnen met het niveau Zwemmendredder of Live Saver 1. De opleiding voor de brevetten en diploma’s worden volgens de richtlijnen van Reddingsbrigade Nederland gegeven.
De opleiding voor de snorkeldiploma’s volgens de richtlijnen van de Nederlandse Onderwater Bond (NOB).
Opleiding tot zwemmendredder
Zoals eerder aangegeven leidt de reddingsbrigade op om anderen te behoeden van de verdrinkingsdood. Daartoe wordt aandacht besteed aan:
- Denk aan eigen veiligheid: Ga niet het water in wanneer het niet strikt nodig is (er kan een z.g. droge redding worden uitgevoerd) of wanneer er wezenlijk gevaar voor de redder bestaat (de redding kan/moet door een duiker met perslucht worden uitgevoerd).
- Droge redding: Bij een droge redding bevind de drenkeling zich vaak dicht bij de kant en kan met een reddingsmiddel (werpzak, reddingslijn-, -klos) of hulpmiddel (stok, kledingsstuk e.d.) worden bereikt. Of de redder kan met een boot bij de drenkeling komen.
-
Natte redding: Bij een natte redding gaat de redder wel het water in en neemt zo mogelijk een reddingsmiddel (reddingsboei, -tube) of hulpmiddel ( reservewiel of enig ander drijvend voorwerp) mee naar de drenkeling zodat deze zich daaraan kan vast houden.
Daarnaast is het van belang dat de redder weet hoe een drenkeling naar de kant te krijgen (vervoersgrepen). Ook van belang is het te weten hoe men zich moet bevrijden wanneer men door een drenkeling wordt vastgepakt (bevrijdingsgrepen).
Daarnaast wordt aandacht besteed aan, hoe te handelen in geval van stromend water, bij ijs ongevallen, ongevallen aan de kust en ongevallen waarbij een drenkeling onderwater is verdwenen. - Vervoersgrepen: Om een drenkeling, zonder problemen, naar de vaste wal/kant te brengen is het van belang te weten; of de drenkeling kwetsuren heeft, hoe de geestelijke toestand van de drenkeling is en moet aandacht besteed worden aan de omstandigheden zoals het weer, de af te leggen afstand en uiteraard aan de eigen conditie en vaardigheden. Hiertoe worden meerdere vervoersgrepen aangeleerd zoals; kopgreep, houdgreep, polsgreep, schoudergreep, okselgreep, nekgreep, slepen en duwen.
- Bevrijdingsgrepen: De omstandigheden waarmee een redder te maken heeft bij een redding kunnen heel divers zijn. Een drenkeling kan heel wild zijn en ongenuanceerd om zich heen grijpen, er kunnen meerdere drenkelingen ter plaatse zijn of de redder is zelf bij een ongeval met meerdere drenkelingen betrokken denk aan een ongeval met een plezierboot of een zeilboot met een groep jongelui. De meest eenvoudige en beheersbare bevrijdingsgrepen zijn de polsgrepen. Lastiger wordt het wanneer de redder plotseling van voren of van achteren wordt vastgepakt. Maar ook hiervoor zijn een aantal basis grepen om je te bevrijden en tot een vervoersgreep te komen zoals; de voorwaartse omklemming, de borstgreep, de lendegreep, de achterwaartse borstgreep en achterwaartse omklemming.
Snorkelen
De opleiding snorkelen wordt gegeven om leden die de overstap van Zwemmendredder naar Live Saver niet kunnen of willen maken toch een attractieve opleiding te bieden. De opleiding Live Saver begint met 13 jaar en heeft naast het praktijk deel ook een deel theorie. Daarnaast wordt voor het behalen van Life saver 2 en 3 ook het bezit van een EHBO-diploma gevraagd.
Snorkelen is geen wezenlijk onderdeel van de RedNed-opleidingen maar kan wel toegepast worden bij reddingen. Snorkelen is een onderdeel van de NOB-opleiding tot duiker.
Overige opleidingen
Naast de eerder genoemde brevetten en diploma’s hebben wij bij de reddingsbrigade ook nog een aantal certificaten die door leden van de afdeling reddingsbrigade zijn opgezet. Ze kunnen worden toegepast tegen de zelfde achtergrond als de snorkeldiploma’s. Deze certificaten worden in eigen beheer afgenomen. T.w.
- De Juniorcertificaten 1 t/m 3. De inhoud van deze certificaten bevatten onderdelen van bondsbrevetten en -diploma’s en snorkeldiploma’s.
- De Seniorcertificaten 1 t/m 3. Bij de opzet van deze certificaten is men er vanuit gegaan dat ze behaald worden door leden die alle brevetten en diploma’s
van Reddingsbrigade Nederland hebben behaald.
